ECLI:NL:PHR:2011:BQ3653
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid doorzoeking auto bij verdenking gebruik valse kentekenplaat
In deze zaak stond de rechtmatigheid van een doorzoeking van de auto van verdachte centraal. Verdachte werd aangehouden op verdenking van diefstal van benzine en het vervoeren van Ritalin. Tijdens de aanhouding werd de auto doorzocht op basis van een vermoeden dat er sprake was van een valse kentekenplaat. Verdachte stelde dat dit onderzoek onrechtmatig was omdat de onduidelijkheid over het kenteken al was opgelost voordat de doorzoeking plaatsvond.
Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het onderzoek rechtmatig was, omdat de verbalisanten op het moment van de doorzoeking nog niet op de hoogte waren van de correctie van het kenteken. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het vermoeden van het gebruik van een valse kentekenplaat redelijk was gezien de omstandigheden, waaronder een melding van diefstal bij een benzinestation en de verwarring over het kenteken.
Verder benadrukte de Hoge Raad dat het vermoeden voldoende is voor het uitoefenen van heterdaadbevoegdheden en dat het onderzoek ook op basis van de heterdaad betrapte benzinediefstal rechtmatig was. Het middel van cassatie werd verworpen, waarmee de veroordeling en de rechtmatigheid van het bewijs in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de doorzoeking van de auto rechtmatig was en verwerpt het cassatiemiddel.