ECLI:NL:PHR:2011:BQ3214
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meervoudige valsheid in geschrift met strafverlaging wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd door het Gerechtshof 's-Gravenhage veroordeeld voor meervoudige valsheid in geschrift, onder meer het valselijk opmaken van brieven voorzien van de naam en handtekening van een derde, met de bedoeling deze als echt te gebruiken. De zaak betrof geschriften die dienden als bewijs in een gerechtelijke procedure.
De verdediging verzocht om aanhouding van de behandeling wegens afwezigheid van de verdachte om gezondheidsredenen, maar dit verzoek werd door het hof afgewezen omdat de medische stukken onvoldoende aannemelijk maakten dat de verdachte niet aanwezig kon zijn. Dit werd door de Hoge Raad bevestigd.
De Hoge Raad oordeelde dat de brieven in het maatschappelijk verkeer bewijsbetekenis hebben en dat de valsheid daarvan bewezen is. Wel werd vastgesteld dat de inzendtermijn van het cassatieberoep met meer dan een maand werd overschreden, wat aanleiding gaf tot verlaging van de opgelegde straf.
De Hoge Raad verwierp de overige middelen en bevestigde de veroordeling, met uitzondering van de strafoplegging die werd aangepast vanwege de termijnoverschrijding.
Uitkomst: Veroordeling voor meervoudige valsheid in geschrift met verlaging van de straf wegens termijnoverschrijding.