ECLI:NL:PHR:2011:BQ1677
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid beding koop-aannemingsovereenkomst volgens GIW-model wegens strijd met Woningwet
De zaak betreft de verkoop van percelen grond door de gemeente Breda aan een koper die verplicht werd met kopers van te bouwen woningen een koop-aannemingsovereenkomst te sluiten volgens het model van de Stichting Garantie Instituut Woningbouw (GIW). Dit beding was opgenomen in de Algemene Verkoopvoorwaarden van de gemeente en werd versterkt met een boetebeding.
De koper stelde dat het beding nietig was omdat het bepaalde bouwtechnische voorschriften en garantiebepalingen bevatte die volgens art. 122 Woningwet Pro niet via privaatrechtelijke rechtshandelingen door gemeenten kunnen worden opgelegd. De rechtbank oordeelde dat het beding in zijn geheel nietig was, terwijl het hof oordeelde dat het beding gesplitst kon worden in een geldig deel (insolventiewaarborg en arbitrageregeling) en een nietig deel (bouwtechnische voorschriften).
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en stelt dat het beding niet gesplitst kan worden; de verplichting om overeenkomsten te sluiten volgens het GIW-model is onsplitsbaar. Het beding is daarom geheel nietig voor zover het betrekking heeft op onderwerpen die door art. 122 Woningwet Pro worden bestreken. De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht oordeelde dat de koper en zijn bouwbedrijf kunnen worden vereenzelvigd en dat de boete gematigd mag worden, maar benadrukt dat het niet aan de koper is om het modelcontract aan te passen. De gemeente mag wel aanvullende voorwaarden stellen die niet door het Bouwbesluit worden bestreken, zoals de insolventiewaarborg.
Uitkomst: Het beding tot het sluiten van koop-aannemingsovereenkomsten volgens het GIW-model is nietig voor zover het strijdig is met art. 122 Woningwet; de boete wordt gematigd tot €320.000,-.