ECLI:NL:PHR:2011:BQ0522
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijke onredelijkheid ontslag na overgang onderneming
In deze zaak staat centraal of het hof bij de beoordeling van de kennelijke onredelijkheid van het ontslag feiten en omstandigheden na de datum van ontslag mocht betrekken. De werknemer, die sinds 1992 in dienst was bij Hardchroom en na een activatransactie in dienst trad bij Technochroom, werd ontslagen wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Het hof had geoordeeld dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, mede omdat de werknemer binnen zeven maanden een nieuwe baan vond met een gelijkwaardig salaris.
De Hoge Raad bevestigt dat bij de beoordeling van kennelijke onredelijkheid alleen omstandigheden tot het tijdstip van ontslag in aanmerking mogen worden genomen. Latere feiten, zoals het tijdelijke karakter van de nieuwe baan en het verlies daarvan, mogen niet worden meegewogen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de financiële positie van de verkrijgende onderneming (Technochroom) relevant is, ook al was deze vennootschap nagenoeg leeg bij de overname.
De Hoge Raad verwerpt de cassatieklachten en bevestigt het oordeel van het hof dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is. De noodzakelijkheid van kostenbeperking door Technochroom om levensvatbaar te blijven, wordt als doorslaggevend beschouwd. De werknemer ontvangt geen herstel van de arbeidsovereenkomst of aanvullende schadevergoeding.
Uitkomst: Het ontslag van [eiser] wordt niet kennelijk onredelijk geacht en de vorderingen worden afgewezen.