ECLI:NL:PHR:2011:BP9997
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Eigendom van een boom op de erfgrens behoort aan beide grondeigenaren gezamenlijk
In deze zaak stond centraal de vraag wie eigenaar is van een boom die op de grens tussen twee percelen staat, waarbij de stam zich voor het grootste deel op het ene perceel bevindt en deels over de erfgrens heen groeit op het andere perceel. De Stichting, eigenaar van het ene perceel, wilde de boom kappen, maar de buren, eigenaren van het aangrenzende perceel, stelden zich hiertegen op en vorderden een verbod op kap.
De rechtbank oordeelde dat de boom gemeenschappelijk eigendom is van beide eigenaren, omdat de stam met de grond van beide erven is verenigd. Dit oordeel werd door het hof bevestigd. De Stichting stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad bevestigde de lijn uit een eerder arrest (3 mei 1996) dat bomen die met de grond van beide erven verenigd zijn, gemeenschappelijk eigendom zijn van de eigenaren van die erven. De Hoge Raad verwierp het betoog dat eigendom toekomt aan de eigenaar van het perceel waarop het grootste deel van de stam rust, en oordeelde dat het niet relevant is of de boom oorspronkelijk op het ene erf is geplant en later over de erfgrens is gegroeid.
De Hoge Raad benadrukte dat de verticale natrekking van eigendom van beplantingen geldt, tenzij bij formele wet anders is bepaald, en dat mede-eigendom van bomen op de erfgrens aansluit bij de wettelijke regeling voor heggen. De conclusie van de Hoge Raad was dat de boom gemeenschappelijk eigendom is van beide grondeigenaren, en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de boom op de erfgrens gemeenschappelijk eigendom is van beide grondeigenaren.