ECLI:NL:PHR:2011:BP5971
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens noodtoestand bij overtreding Diergeneesmiddelenwet
In deze zaak stond de vraag centraal of het afleveren van niet-geregistreerde diergeneesmiddelen door een dierenarts en zijn bedrijf gerechtvaardigd kon worden geacht op grond van noodtoestand. De verdachte, een rechtspersoon geleid door een dierenarts gespecialiseerd in duivengeneeskunde, leverde gedurende 2003 diverse niet-geregistreerde geneesmiddelen aan duivenhouders. De verdediging voerde aan dat er sprake was van een chronische noodsituatie vanwege het ontbreken van effectieve geregistreerde middelen voor duiven, waardoor het gebruik van niet-geregistreerde, voor export bestemde geneesmiddelen noodzakelijk was.
Het hof stelde vast dat de situatie van de verdachte een actuele, concrete noodsituatie opleverde die proportionaliteit, subsidiariteit en adequatie vereiste. De magistrale bereiding was praktisch niet haalbaar en risicovol, terwijl de niet-geregistreerde middelen wel effectief waren. Pogingen om registratie te verkrijgen faalden door financiële en beleidsmatige belemmeringen. Het hof oordeelde dat het handelen van de verdachte gerechtvaardigd was en sprak ontslag van rechtsvervolging uit.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat noodtoestand als rechtvaardigingsgrond uitzonderlijk is en aan strenge voorwaarden moet voldoen. Het hof had voldoende gemotiveerd dat de verdachte in een onmogelijke positie verkeerde om de middelen te registreren en dat het handelen in het belang van de dieren was. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en handhaafde het ontslag van rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens gerechtvaardigd beroep op noodtoestand bij overtreding Diergeneesmiddelenwet.