ECLI:NL:PHR:2011:BP4647
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag en brandstichting met gemeen gevaar in woning te Hoogezand
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk doden van zijn echtgenote door haar met een hard voorwerp op het hoofd te slaan en het vervolgens aansteken van brand in hun woning te Hoogezand, waarbij gevaar voor aanwezige goederen en personen bestond. Het hof stelde vast dat verdachte tijd en gelegenheid had om deze feiten te plegen en dat de verklaringen van een medegedetineerde, die door verdachte was benaderd om een vals scenario te creëren, geloofwaardig waren.
De medegedetineerde verklaarde dat verdachte hem had gevraagd een verhaal te verzinnen waarin een overleden junk de schuld kreeg van de dood en brandstichting, en dat verdachte details kende die alleen de dader kon weten. Onderzoek bevestigde dat verdachte een voorschot had betaald aan deze medegedetineerde voor het verzinnen van dit scenario. Het hof verwierp het verweer dat de verklaringen onbetrouwbaar waren.
Het hof oordeelde dat het bewijs voldoende was om verdachte schuldig te verklaren aan doodslag en brandstichting met gemeen gevaar. Hoewel het hof in het arrest aangaf dat het motief niet concreet bekend was, waren er verklaringen over de problematische gokverslaving van verdachte en spanningen in het huwelijk. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de straf van 15 jaar gevangenisstraf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor doodslag en opzettelijke brandstichting met gemeen gevaar.