ECLI:NL:PHR:2011:BP3973
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering aan Servië ondanks discussie over identiteit en nationaliteit
De zaak betreft een cassatieberoep tegen de uitlevering van een persoon aan Servië. De arrondissementsrechtbank Amsterdam had de uitlevering toelaatbaar verklaard. De verdediging stelde dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of de opgeëiste persoon daadwerkelijk de betrokkene was en dat de nationaliteit onjuist was vastgesteld.
De Hoge Raad overwoog dat de rechtbank de identiteit in beginsel op basis van de stukken kon vaststellen en dat er ter terechtzitting geen betwisting was van de identiteit of nationaliteit. De verklaring in het arrest over de identiteit ontbrak in het proces-verbaal, maar dat leidde niet tot een ander oordeel omdat geen verweer was gevoerd.
Het cassatiemiddel faalde omdat de stukken voldoende waren en het beroep niet kon worden gericht op nieuwe argumenten die niet ter zitting waren aangevoerd. Ook werd benadrukt dat het cassatieberoep onder de juiste persoonsgegevens was ingesteld. De Hoge Raad concludeerde dat er geen reden was om het vonnis te vernietigen en verwierp het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de uitlevering aan Servië wordt verworpen en de uitlevering bevestigd.