ECLI:NL:PHR:2011:BP1155
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste bewijsopgave bij vrijspraakverzoek
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd, behalve ten aanzien van de bewijsconstructie. Het hof baseerde zijn oordeel onder meer op een beschikking van ongewenstverklaring en bekennende verklaringen van de verdachte. De verdediging heeft echter vrijspraak bepleit tijdens de terechtzitting.
Volgens artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan indien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend, tenzij hij anders heeft verklaard of vrijspraak heeft bepleit. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld door toch met een opgave van bewijsmiddelen te volstaan terwijl de raadsvrouw van verdachte vrijspraak had bepleit.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande beroep. Een bespreking van de tweede klacht over de motivering van de bewezenverklaring is niet aan de orde nu de eerste klacht slaagt. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging gevonden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.