ECLI:NL:PHR:2011:BO9821
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring honkbalknuppel als wapen
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor het dragen van een honkbalknuppel in een auto, gekwalificeerd als een wapen in de zin van de Wet wapens en munitie. Het hof achtte bewezen dat de honkbalknuppel een voorwerp was dat uitsluitend bestemd was om letsel toe te brengen of te dreigen, mede vanwege de plaats waar het werd aangetroffen en de ongeloofwaardige verklaringen van verdachte.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de verklaringen van verdachte ongeloofwaardig zijn en waarom de honkbalknuppel als zodanig moet worden aangemerkt. De motivering is fragiel en de bewijsconstructie raakt daardoor de fundamenten van het oordeel. Bovendien is onduidelijk of het ongeloofwaardigheidsbeoordeling betrekking heeft op alle verklaringen of slechts op een deel.
De Hoge Raad benadrukt het belang van de eis van redengevendheid van bewijsmiddelen en dat niet-redengevende bewijsmiddelen slechts kunnen worden betrokken als zij van ondergeschikte betekenis zijn. Gezien het belang van de bewezenverklaring in het strafproces, acht de Hoge Raad het gebrek in de motivering niet te herstellen. Daarom vernietigt hij het arrest voor zover het betreft het ten laste gelegde en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.