ECLI:NL:PHR:2011:BO8016
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot afpersing met medeplegen en toepassing art. 423 lid 4 Sv
De verdachte werd door de rechtbank vrijgesproken van feiten 1 en 3 en veroordeeld voor feit 2 tot tien maanden gevangenisstraf, waarvan vier voorwaardelijk. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in, maar beperkte dit tot feit 1. Het hof veroordeelde de verdachte vervolgens voor feit 1 tot tien maanden gevangenisstraf en bepaalde op grond van art. 423 lid 4 Sv Pro de straf voor feit 2 op vier maanden gevangenisstraf.
De Hoge Raad oordeelt dat art. 423 lid 4 Sv Pro alleen van toepassing is indien in eerste aanleg één hoofdstraf is uitgesproken voor meerdere feiten en het hoger beroep beperkt is tot een of meer van die feiten. Hier was dat niet het geval, omdat de rechtbank alleen voor feit 2 een straf oplegde. Het hof had daarom niet de straf voor feit 2 mogen wijzigen. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor wat betreft de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde strafoplegging met inachtneming van de straf voor feit 2.
Inhoudelijk heeft het hof geoordeeld dat de verdachte medepleger was van poging tot afpersing, ondanks het verweer dat hij pas laat was ingeschakeld en geen wetenschap had van het plan. Het hof baseerde zich op verklaringen van medeverdachten, gedragingen van de verdachte en zijn actieve rol bij de voorbereidingen. De Hoge Raad acht het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd.
Het middel van de advocaat-generaal slaagt, het middel van de verdachte faalt. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde strafoplegging.