ECLI:NL:PHR:2011:BO7126
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beperkingen telefoonverkeer en televisie bij separatie in GGZ-instelling onder Wet Bopz
Betrokkene verbleef op grond van een rechterlijke machtiging in een forensisch-psychiatrische kliniek en werd gesepareerd vanwege ernstig acting-out gedrag. Tijdens de separatie werd een 'stappenplan' gehanteerd met gedragsregels en stapsgewijze uitbreiding van faciliteiten zoals telefoon en televisie. Betrokkene diende klachten in over de voortzetting van de separatie en het gebruik van telefoon en televisie als straf en beloning.
De klachtencommissie verklaarde een deel van de klachten ongegrond en de rechtbank verklaarde sommige klachten niet-ontvankelijk omdat deze niet onder de in art. 41 lid 1 Wet Pro Bopz genoemde beslissingen vielen. De Hoge Raad stelde vast dat beperkingen van het recht op vrij telefoonverkeer en televisie kijken overeenkomstig de huisregels slechts mogen worden opgelegd in de gevallen genoemd in art. 40 lid 4 Wet Pro Bopz. Indien deze beperkingen onderdeel zijn van het behandelingsplan, kunnen patiënten hierover klagen bij de rechtbank.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet-ontvankelijkheid had vastgesteld voor de klacht over de beperking van het telefoonverkeer. Ook is vastgesteld dat separatie een vrijheidsbeneming is die alleen mag voortduren als het gevaar dat de stoornis veroorzaakt afgewend moet worden. De zaak werd vernietigd en verwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere beoordeling van de beperkingen van telefoonverkeer en televisie kijken tijdens separatie.