ECLI:NL:PHR:2011:BO4475
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof over noodweer en noodweerexces bij poging zware mishandeling
De zaak betreft een arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte wegens poging tot zware mishandeling werd veroordeeld. Verdachte beriep zich op noodweer en noodweerexces, omdat hij handelde ter verdediging van zijn vriendin die herhaaldelijk werd lastiggevallen en aangerand door het slachtoffer. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat verdachte zelf het slachtoffer bij de keel had gegrepen en dat het ballen van de vuisten door het slachtoffer geen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachte vormde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen. De Hoge Raad wijst erop dat het voorafgaande gedrag van het slachtoffer jegens de vriendin van verdachte relevant is en dat het hof mogelijk een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door te stellen dat verdachte niet in een noodweersituatie verkeerde. Ook wijst de Hoge Raad op de noodzaak om rekening te houden met de proportionaliteit en subsidiariteit van het handelen, mede gelet op culpa in causa van het slachtoffer.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het beroep op noodweer en noodweerexces, waarbij het hof de eerdere gedragingen van het slachtoffer en de hevige gemoedsbeweging van verdachte in samenhang moet betrekken. Het tweede middel over noodweerexces wordt verworpen, omdat het aan de verdediging is om feiten aan te dragen die dit verweer ondersteunen.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt de complexiteit van noodweerprovocatie en verwijst naar relevante jurisprudentie en literatuur, waaronder Duitse rechtspraak over de beperking van het noodweerrecht bij provocatie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor hernieuwde beoordeling van noodweer en noodweerexces.