ECLI:NL:PHR:2011:BO4404
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over recht op aftrek omzetbelasting bij intracommunautaire nummerverwerving
In deze zaak staat centraal of een Nederlandse belastingplichtige, die goederen intracommunautair verwerft en die goederen rechtstreeks naar een andere lidstaat laat vervoeren, recht heeft op onmiddellijke aftrek van de in Nederland verschuldigde omzetbelasting. De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU), dat in het arrest Facet (C-536/08 en C-539/08) heeft geoordeeld dat het recht op aftrek niet geldt voor zogenoemde nummerverwervingen.
De feiten betreffen een Nederlandse onderneming die goederen koopt van leveranciers in Duitsland en Italië en deze doorverkoopt aan afnemers in Cyprus met een fiscaal vertegenwoordiger in Griekenland, terwijl de goederen rechtstreeks naar Spanje worden vervoerd. De onderneming was niet geregistreerd voor btw in Spanje en bracht geen Spaanse btw in rekening. De Nederlandse inspecteur hevelde naheffingsaanslagen op wegens het ontbreken van aftrekrecht.
De Hoge Raad bevestigt dat de vereenvoudigde regeling voor ABC-leveringen niet van toepassing is omdat de afnemers niet in de lidstaat van aankomst (Spanje) zijn geregistreerd. Het HvJ EU heeft geoordeeld dat bij nummerverwervingen geen recht op onmiddellijke aftrek bestaat zonder dat in de lidstaat van aankomst belasting is geheven. De Nederlandse wetgeving voorziet in een teruggaafregeling (artikel 30 Wet Pro OB) die dit corrigeert, mits wordt aangetoond dat in de lidstaat van aankomst belasting is geheven.
Belanghebbende betoogt dat Spaanse wetgeving een vrijstelling kent voor intracommunautaire verwervingen, waardoor zij niet aan de teruggaafvoorwaarden kan voldoen. De Hoge Raad overweegt dat de term 'geheven' in dit verband moet worden uitgelegd als 'verantwoord' en dat registratie en aangifte in Spanje noodzakelijk zijn om de goederenstroom traceerbaar te houden en misbruik te voorkomen. Omdat belanghebbende zich niet heeft geregistreerd in Spanje en geen aangifte heeft gedaan, komt zij geen teruggaaf toe.
De conclusie is dat het cassatieberoep van de Staatssecretaris gegrond is en dat het recht op aftrek van de in Nederland geheven btw pas ontstaat indien is aangetoond dat de btw in de lidstaat van aankomst is verantwoord, conform het arrest Facet van het HvJ EU.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het recht op aftrek van btw wordt beperkt tot situaties waarin in de lidstaat van aankomst belasting is verantwoord.