ECLI:NL:PHR:2011:BO4015
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring OM wegens overtreding gedoogbeleid hennepteelt en -bezit
In deze zaak stond de vraag centraal of het Openbaar Ministerie (OM) terecht werd niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte die werd beschuldigd van het telen van vijf hennepplanten en het bezit van ongeveer 2180 gram hennepproducten afkomstig van deze planten. Het hof stelde vast dat de verdachte en haar medeverdachte direct afstand hadden gedaan van de planten en dat het aantal planten binnen de gedooggrens van vijf bleef.
De Aanwijzing Opiumwet en de Richtlijn voor strafvordering onderscheiden tussen beroeps- of bedrijfsmatige teelt en niet-bedrijfsmatige teelt, waarbij bij vijf planten of minder sprake is van niet-bedrijfsmatige teelt die in principe niet wordt vervolgd maar wordt afgedaan met een politiesepot, mits afstand wordt gedaan van de planten. Het hof oordeelde dat het OM in strijd handelde met deze beleidsregels door toch te vervolgen.
Hoewel het gewicht van de geoogste hennepproducten ruim boven de gebruikelijke grens van vijf gram lag, vond het hof dat een burger die mag vertrouwen op het gedoogbeleid ook mocht vertrouwen dat bezit van de opbrengst van maximaal vijf planten niet strafrechtelijk wordt vervolgd. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep van het OM ongegrond, waarmee het hof het OM terecht niet-ontvankelijk had verklaard.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overtreding van het gedoogbeleid bij het telen en bezit van maximaal vijf hennepplanten en de daarvan afkomstige hennepproducten.