ECLI:NL:PHR:2011:BO0391
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing bij declausulering van kapitaalverzekering met lijfrenteclausule door buitenlandse belastingplichtige
Belanghebbende, een buitenlandse belastingplichtige woonachtig in België, had twee kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule afgesloten vóór 1992. In 2002 verzocht hij tot declausulering van deze verzekeringen, waarbij de verzekeraars de verzoeken op 31 december 2002 ontvingen. De Inspecteur stelde dat de afkoop in 2003 fiscaal belastbaar was, wat belanghebbende betwistte.
De Rechtbank oordeelde dat de declausulering tot stand kwam op het moment dat de verzoeken de verzekeraars bereikten in 2002, omdat de verzekeraars vooraf bindend hadden toegezegd dergelijke verzoeken te accepteren. De staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak, betwistend dat er sprake was van aanvaarding op dat moment.
De Hoge Raad bevestigt dat onder het overgangsrecht van de Wet IB 2001 en het oude regime van de Wet IB 1964 de afkoop van pré-Brede Herwaardering-lijfrenten door buitenlandse belastingplichtigen niet tot het in Nederland belastbaar inkomen behoort. Tevens is de declausulering een wijziging van de overeenkomst die tot stand komt door aanbod en aanvaarding, waarbij het tijdstip van ontvangst van het verzoek door de verzekeraar bepalend is. De verzekeraars hadden zich contractueel gebonden aan acceptatie van dergelijke verzoeken, zodat declausulering in 2002 plaatsvond.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de afkoop niet belastbaar is in Nederland, ongeacht het tijdstip van declausulering. De uitspraak verduidelijkt de toepassing van overgangsrecht en de contractuele aspecten van kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule in het kader van buitenlandse belastingplicht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de afkoop van pré-Brede Herwaardering kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule door een buitenlandse belastingplichtige niet tot Nederlands belastbaar inkomen behoort en dat declausulering plaatsvindt bij ontvangst van het verzoek door de verzekeraar.