ECLI:NL:HR:2011:BO0391
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-heffing afkoop pre-Brede Herwaardering lijfrente bij buitenlandse belastingplichtige
Belanghebbende, woonachtig in België, had vóór 1990 kapitaalverzekeringen met een lijfrenteclausule gesloten. In 2002 verzocht hij de verzekeraars om declausulering van deze verzekeringen, welke administratief in 2003 werd afgehandeld. De Inspecteur verhoogde in de aanslag 2003 het inkomen met de waarde van deze verzekeringen, wat belanghebbende betwistte.
De Rechtbank oordeelde dat de declausulering reeds in 2002 tot stand kwam, waardoor de correctie in de aanslag 2003 onterecht was. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in. De Hoge Raad bevestigt dat op grond van het pre-Brede Herwaarderingsregime (pre-BH-regime) dat ook na de Wet IB 2001 blijft gelden, afkoop van dergelijke lijfrentes door buitenlandse belastingplichtigen niet tot het Nederlandse inkomen behoort.
De Hoge Raad wijst erop dat de overgangsbepalingen en de Invoeringswet Wet IB 2001 geen aanleiding geven om het pre-BH-regime te doorbreken. De cassatie wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de aanslagvermindering bevestigd.