ECLI:NL:PHR:2011:BM9219
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Navordering en verliesneming bij commanditaire deelname in Duitse KG
Belanghebbende, Kommanditist in een Duitse KG, nam in zijn Nederlandse aangiften inkomstenbelasting verliezen op die zijn kapitaalinbreng overstegen. De inspecteur volgde aanvankelijk deze aangiften, maar legde later navorderingsaanslagen op omdat volgens Duits recht de aansprakelijkheid van de Kommanditist beperkt is tot zijn inbreng.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de inspecteur geen nieuw feit had om navordering te rechtvaardigen, omdat uit de aangiften en bijlagen niet duidelijk was dat de verliezen de inbreng overstegen, en dat de inspecteur niet hoefde te twijfelen aan de juistheid van de aangifte. Ook werd geoordeeld dat het Duitse civiele recht bepaalt dat de Kommanditist niet verder aansprakelijk is dan zijn kapitaal.
De Hoge Raad stelt dat de inspecteur zich bij het beoordelen van buitenlandse rechtsfiguren op het Nederlandse recht moet baseren en bij afwijkingen door de belastingplichtige op het buitenlandse recht moet worden gewezen. Nu belanghebbende in zijn aangiften geen afwijking van het Nederlandse recht toelichtte, had de inspecteur nader onderzoek moeten instellen. Door dit niet te doen, pleegde de inspecteur een ambtelijk verzuim, waardoor navordering niet mogelijk is. Het arrest van het Hof wordt vernietigd en het beroep in cassatie gegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en oordeelt dat de inspecteur een ambtelijk verzuim pleegde door zonder nader onderzoek de verliezen boven de inbreng toe te laten, waardoor navordering niet mogelijk is.