ECLI:NL:PHR:2010:BO3974
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor feitelijke aanranding en mishandeling op metrostation Prinsenlaan
Op 10 februari 2007 vond op het metrostation Prinsenlaan te Rotterdam een incident plaats waarbij de verdachte meerdere personen benaderde en onder meer ontuchtige handelingen pleegde door onverhoeds de billen van een vrouw beet te pakken en erover te wrijven. Daarnaast mishandelde hij een andere betrokkene door hem in het gezicht te slaan, wat resulteerde in een bloedlip.
De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens diefstal met geweld, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en mishandeling, en kreeg een gevangenisstraf van zes maanden opgelegd. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van de betrokkenen en getuigen, alsmede politieprocessen-verbaal.
De verdediging stelde in cassatie dat de ontuchtige handelingen niet bewezen konden worden en dat er geen sprake was van dwingen door feitelijkheden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het onverhoeds beetpakken en wrijven over de billen als ontuchtig kon worden aangemerkt en dat het dwingen door feitelijkheden, ook zonder expliciete bedreiging, voldoende was bewezen.
De Hoge Raad vond geen gronden voor vernietiging van het arrest en verwierp het cassatieberoep, waarmee de veroordeling definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor feitelijke aanranding en mishandeling met een gevangenisstraf van zes maanden.