ECLI:NL:PHR:2010:BO0186
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van regelmatige en tijdige betekening bij exequaturverzoek op grond van art. 27 EEX-Verdrag
Deze zaak betreft een exequaturverzoek op grond van het EEX-Verdrag voor de tenuitvoerlegging in Nederland van een Duits verstekvonnis. De verzoeker stelde dat het gedinginleidende stuk niet regelmatig en niet tijdig was betekend, waardoor de weigeringsgrond van art. 27, aanhef en onder 2, EEX-Verdrag van toepassing zou zijn.
De rechtbank Alkmaar wees het verzet van verzoeker af, waarna de Hoge Raad het vonnis vernietigde en het geding terug verwees naar het gerechtshof Amsterdam. Het hof bevestigde dat de betekening van het inleidende gedingstuk volgens Duits recht rechtsgeldig was verricht, ook al was dit een openbare betekening vanwege onbekende verblijfplaats van verzoeker. Tevens oordeelde het hof dat de termijn van twee weken voor het stellen van procureur voldoende was gezien de omstandigheden.
De Hoge Raad overwoog dat de beoordeling van regelmatigheid van betekening moet plaatsvinden aan de hand van het recht van de staat van herkomst, terwijl de beoordeling van tijdigheid een verdragsautonoom begrip is dat zelfstandig door de aangezochte rechter moet worden beoordeeld. Het hof heeft dit correct toegepast en de klachten van verzoeker werden verworpen. Het bewijsaanbod van verzoeker werd terecht als niet ter zake dienend gepasseerd.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof dat het exequaturverzoek niet kan worden geweigerd op grond van de gestelde tekortkomingen in betekening.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het exequaturverzoek wordt toegestaan.