ECLI:NL:PHR:2010:BN9780
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid doorlener voor loonbelasting en invorderingsrente
In deze zaak staat de hoofdelijk aansprakelijkheid van ISS Transport Services B.V. als doorlener voor de loonbelasting, premies volksverzekeringen en omzetbelasting die een onderaannemer niet heeft afgedragen centraal. De Belastingdienst stelde ISS aansprakelijk voor belastingschulden van een derde die personeel aan ISS had uitgeleend.
ISS voerde diverse verweren, waaronder dat de dagvaarding niet tijdig was uitgebracht vanwege een verkorte termijn van zes weken in plaats van twee maanden, en dat de kennisgeving van aansprakelijkstelling niet correct was bekendgemaakt. De Hoge Raad verwierp deze verweren, stellende dat de dagvaardingstermijn niet automatisch werd verkort door de invoering van de Algemene wet bestuursrecht en dat de kennisgeving als aangetekend stuk aan het juiste adres was verzonden, ook al was de daadwerkelijke bezorging niet geslaagd.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de Ontvanger niet verplicht was om in de betwistingsfase alle gevraagde informatie te verstrekken, en dat de civiele procedure de juiste fase is voor een volledige contradictoire behandeling van de aansprakelijkheid. Ook werd bevestigd dat ISS aansprakelijk is voor invorderingsrente vanaf het moment dat zij in gebreke blijft, mits de Ontvanger aannemelijk maakt dat het belopen van de rente aan ISS te wijten is. Tot slot werd het verweer van ISS dat zij niet aansprakelijk zou zijn vanwege het anoniementarief verworpen, waarbij werd benadrukt dat de identiteit van de werknemers moet zijn vastgesteld of opgenomen in de loonadministratie.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de hoofdelijk aansprakelijkheid van ISS en wijst haar cassatieberoep af.