ECLI:NL:GHSHE:2002:AF0954
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rothuizen-Van Dijk
- Sterk
- Mannaerts
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonbelasting bij inlening personeel ondanks faillissement buitenlandse vennootschap
De Ontvanger stelde appellante hoofdelijk aansprakelijk voor loonbelasting en premie volksverzekeringen die waren verschuldigd door een Belgische vennootschap, welke in 1992 failliet werd verklaard. Appellante betwistte de aansprakelijkstelling en voerde onder meer aan dat sprake was van onderaanneming in plaats van inlening van personeel, dat de aanslag niet rechtsgeldig was betekend en dat de vordering was verjaard.
Het hof oordeelde dat appellante onvoldoende had gemotiveerd dat er geen sprake was van inlening van personeel zoals bedoeld in artikel 34 lid 1 Invorderingswet Pro. Ook verwierp het hof de verjaring van de vordering, waarbij werd vastgesteld dat de verjaringstermijn van twintig jaar uit artikel 3:306 BW Pro van toepassing is en dat de bevoegdheid tot dwanginvordering en aansprakelijkstelling gelijktijdig verjaren.
Verder stelde het hof vast dat de betekening van de dwangbevelen rechtsgeldig was geschied op het kantooradres en woonadres van de feitelijk bestuurders in Nederland. Het verweer dat de Ontvanger in strijd met beginselen van behoorlijk bestuur had gehandeld werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Ten slotte vernietigde het hof het vonnis voor zover het invorderingsrente toekende aan de Ontvanger, omdat deze niet zelfstandig verschuldigd is aan de aansprakelijkgestelde.
De rest van het vonnis werd bekrachtigd en appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de Ontvanger af behalve de toekenning van invorderingsrente, die wordt vernietigd.