ECLI:NL:PHR:2010:BN9281

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/01814
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14j Sr
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beslissing tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

Betrokkene was door de politierechter veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden. Bij een beslissing van 4 juli 2008 werd de tenuitvoerlegging van deze straf gelast. Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen deze beslissing. Betrokkene stelde vervolgens cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad stelde in zijn conclusie dat ingevolge artikel 14j, tweede volzin, van het Wetboek van Strafrecht geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf, voor zover deze beslissing geen deel uitmaakt van een uitspraak over andere strafbare feiten. Dit betekent dat het hof terecht betrokkene niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep en dat ook het cassatieberoep niet ontvankelijk kan worden verklaard.

De conclusie benadrukt dat deze regeling van openbare orde is en dat argumenten van de verdediging om het gesloten stelsel van rechtsmiddelen te doorbreken niet tot ontvankelijkheid kunnen leiden. De Hoge Raad zal daarom het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaren.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep tegen de beslissing tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf.

Conclusie

Nr. 09/01814
Mr. Machielse
Zitting: 28 september 2010
Conclusie inzake:
[Verdachte=betrokkene]
1. Bij beslissing van 20 april 2009 heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van 4 juli 2008 waarbij de politierechter te 's-Hertogenbosch de tenuitvoerlegging heeft gelast van de voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden waartoe de politierechter te 's-Hertogenbosch betrokkene bij onherroepelijk vonnis van 24 november 2006 onder meer heeft veroordeeld.
2. Namens verdachte heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.
3. Voorafgaand aan een eventuele bespreking van het middel, dat zich richt tegen de afwijzing van een getuigenverzoek, stel ik de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de orde.
4. De wet bepaalt in welke gevallen tegen een rechterlijke uitspraak een rechtsmiddel kan worden ingesteld. De bestreden uitspraak is een rechterlijke beslissing omtrent een vordering tenuitvoerlegging van een eerder, voorwaardelijk opgelegde straf, die geen deel uitmaakt van een uitspraak ter zake van andere strafbare feiten. Ingevolge art. 14j Sr staat tegen een dergelijke beslissing geen rechtsmiddel open. Deze regeling is van openbare orde. Derhalve kan betrokkene niet in het ingestelde cassatieberoep worden ontvangen.(1) Hieraan doet niet af hetgeen de steller van het middel heeft aangevoerd om een doorbreking van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen te bepleiten.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk zal verklaren in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Vgl. HR 31 maart 2009, LJN BG6595, NJ 2010/338, m.nt. Y. Buruma; HR 12 december 2000, LJN ZD8548, nr. 01176/99 (niet gepubliceerd); HR 26 januari 1999, nr. 109.127 (niet gepubliceerd); HR 6 januari 1998, LJN ZD1185, NJ 1998/644.