ECLI:NL:PHR:2010:BN6117
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling psychiatrisch onderzoek en afwijzing contra-expertise in voorlopige machtiging BOPZ-zaak
In deze zaak heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht een voorlopige machtiging te verlenen voor opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet BOPZ. Betrokkene verbleef toen in een penitentiaire inrichting in afwachting van een maatregel als bedoeld in art. 38m Sr. Betrokkene en zijn raadsvrouwe bestreden het verzoek met name op de grond dat het psychiatrisch onderzoek waarop de geneeskundige verklaring was gebaseerd niet voldeed aan de wettelijke eisen en verzochten subsidiair om een contra-expertise.
De rechtbank wees het verzoek om contra-expertise af en verleende de voorlopige machtiging onder voorwaarden. In cassatie werd aangevoerd dat het onderzoek niet objectief medisch was verricht, dat het gebruik van gegevens van de behandelend psychiater onrechtmatig was, en dat het verzoek om contra-expertise onterecht was afgewezen. Tevens werd gesteld dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden door het niet informeren over een afgelaste ISD-zitting.
De Hoge Raad oordeelde dat het onderzoek aan de eisen voldoet, ook indien gebruik wordt gemaakt van gegevens van de behandelend psychiater, en dat het verzoek om contra-expertise onvoldoende specifiek was om toe te wijzen. De klacht over het beginsel van hoor en wederhoor miste belang omdat het geen invloed had op de toewijzing van de voorlopige machtiging. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; het psychiatrisch onderzoek voldoet aan de wettelijke eisen en het verzoek om contra-expertise is terecht afgewezen.