ECLI:NL:PHR:2010:BN1399
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rangorde kinderen en stiefkinderen bij vaststelling kinderalimentatie
Deze zaak betreft een geschil over de vaststelling van kinderalimentatie waarbij de draagkracht van de man verdeeld moest worden over zijn kinderen uit een eerdere relatie en de stiefkinderen uit zijn huidige huwelijk. De man en vrouw hadden een relatie van 17 jaar, waaruit een tweeling werd geboren. Na beëindiging van de relatie trouwde de man met een nieuwe partner met twee kinderen uit een vorig huwelijk.
De rechtbank had een alimentatiebedrag vastgesteld, maar het hof vernietigde deze beschikking en stelde nieuwe bedragen vast, waarbij het hof rekening hield met het gezinsinkomen, inclusief een redelijk structurele bonus uit voorgaande jaren, maar de bonus over 2008 buiten beschouwing liet omdat de man aannemelijk had gemaakt dat hij die niet had ontvangen.
Het hof verdeelde de draagkracht van de man over alle vier de kinderen waarvoor hij onderhoudsplichtig was, waarbij het rekening hield met verschillen in behoefte en met de alimentatie die de nieuwe echtgenote ontving voor haar kinderen. De Hoge Raad bevestigt dat er geen wettelijke rangorde bestaat tussen kinderen en stiefkinderen bij de verdeling van draagkracht en dat het enkele feit van een nieuwe gezinssituatie onvoldoende is om de alimentatieplicht voor de kinderen uit eerdere relaties te verminderen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht geen rekening hield met fiscaal voordeel over het verleden, omdat dit voordeel niet meer gerealiseerd kan worden. De cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verdeling van de draagkracht over kinderen en stiefkinderen zonder rangorde.