ECLI:NL:PHR:2010:BN0761
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardebepaling en peildatum bij vervroegde onteigening voor aanleg N219
De zaak betreft een geschil over de schadeloosstelling bij vervroegde onteigening van landbouwgrond ten behoeve van de aanleg van de provinciale weg N219. Eisers, eigenaren van het onteigende perceel, stelden dat de waardebepaling onjuist was omdat het bestemmingsplan Omleidingsweg N219 als dwangbestemming moest worden aangemerkt, waardoor de waardevermindering door het bestemmingsplan buiten beschouwing moest blijven. Tevens betwistten zij de peildatum voor de schadeloosstelling en de wijze van waardering.
De Rechtbank had geoordeeld dat geen sprake was van een dwangbestemming omdat de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle mede-initiatiefnemer was van het bestemmingsplan en de tracékeuze. De waardebepaling vond plaats op basis van de agrarische waarde, waarbij rekening werd gehouden met de bestemming verkeersdoeleinden. De peildatum werd vastgesteld op de datum van het eindvonnis, niet op de datum van feitelijke ingebruikname.
De Hoge Raad bevestigde dat de gemeente geen dwangbestemming had vastgesteld, omdat zij geen andere keuze had dan zich aan te sluiten bij een hoger plan. Ook verwierp de Hoge Raad het beroep op een a contrario interpretatie van artikel 39 Onteigeningswet Pro. De Hoge Raad oordeelde dat de peildatum voor schadeloosstelling in beginsel de datum van het vonnis is, tenzij partijen een overeenkomst hebben gesloten over een andere datum, wat hier niet het geval was. Het incidentele middel van de provincie om de peildatum te wijzigen op grond van redelijkheid en billijkheid werd verworpen.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep ongegrond, waarmee de eerdere beslissingen stand hielden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie en het incidentele beroep worden ongegrond verklaard, waardoor de schadeloosstelling en peildatum van het vonnis van de Rechtbank blijven gelden.