ECLI:NL:PHR:2010:BM9602
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting verblijf in psychiatrisch ziekenhuis op grond van BOPZ
In deze zaak heeft de officier van justitie een voorlopige machtiging verzocht om het verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis te verlengen. De rechtbank heeft deze machtiging verleend na het horen van betrokkene, haar raadsman, en medische deskundigen.
Betrokkene stelde in cassatie dat uit de geneeskundige verklaring niet zonder nadere motivering kon worden afgeleid dat zij op dat moment een actuele stoornis van de geestvermogens had die gevaar veroorzaakte. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht uit de verklaring heeft geconcludeerd dat betrokkene lijdt aan een bipolaire stoornis met manische episodes die gevaar veroorzaken, ook al was er op het moment van onderzoek geen psychiatrisch toestandsbeeld waargenomen.
Verder is geoordeeld dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend, mede vanwege het ontbreken van continuïteit in ambulante behandeling en de onmogelijkheid van opvang door familie. De Hoge Raad verwierp de klachten en bevestigde de beslissing tot voortzetting van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt verworpen en de machtiging tot voortzetting van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis wordt bevestigd.