ECLI:NL:PHR:2010:BM4415
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Deelneming aan criminele organisatie en belastingfraude met inzet van verborgen kassaregels
De zaak betreft de deelname van verdachte en medeverdachten aan een criminele organisatie die zich schuldig maakte aan belastingfraude en valsheid in geschrifte binnen een horecaconcern. Het hof heeft bewezen verklaard dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk had en dat de strafbare feiten structureel onderdeel waren van de bedrijfsvoering.
De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens onrechtmatig handelen van de belastingdienst tijdens het preplanningsonderzoek, waarbij verdachte niet als verdachte was aangemerkt en de cautie niet was gegeven. Ook werd gesteld dat bewijs onrechtmatig was verkregen en dat het fiscale nadeel te hoog was vastgesteld.
Het hof en de Hoge Raad verwierpen deze verweren, stellende dat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond bij aanvang van het preplanningsonderzoek en dat de controlebevoegdheden niet onrechtmatig waren ingezet. De vaststellingsovereenkomst met de belastingdienst mocht als uitgangspunt voor de schadeberekening dienen. De Hoge Raad verbeterde de bewezenverklaring voor een deel, maar handhaafde de veroordeling en strafoplegging.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, en een geldboete van € 25.000 wegens deelname aan een criminele organisatie en belastingfraude.