ECLI:NL:PHR:2010:BM4087
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over omvang nalatenschap en opzettelijke verzwijging van boedelbestanddelen
Deze zaak betreft een geschil over de omvang van de nalatenschap van een overleden erflater, waarbij eiseres tot cassatie stelt dat andere erfgenamen boedelbestanddelen hebben verzwegen. De erflater was gehuwd en had zes kinderen. De nalatenschap was verdeeld volgens een ouderlijke boedelverdeling, maar eiseres meent dat niet alle goederen zijn opgenomen in de boedelbeschrijving.
De rechtbank stelde de omvang van de nalatenschap vast inclusief drie Zwitserse bankrekeningen en veroordeelde mede-erfgenamen tot betaling wegens opzettelijke verzwijging van goederen. Het hof bekrachtigde dit vonnis en verwierp de hoger beroepen. Eiseres kwam in cassatie met negen middelen, onder meer over stelplicht, bewijslast, en bewijsaanbod.
De Hoge Raad oordeelde dat het geschil niet ging over de geldigheid van de boedelverdeling, maar over de omvang van de nalatenschap. De stelplicht en bewijslast voor opzettelijke verzwijging rusten op degene die dit stelt. Het hof mocht bewijsaanbod weigeren omdat eiseres onvoldoende concrete feiten had gesteld. De klachten van eiseres werden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bekrachtigd.