ECLI:NL:PHR:2010:BM1669
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepasselijk recht bij echtscheiding van echtelieden met dubbele nationaliteit
Partijen, gehuwd in Marokko en houders van zowel de Marokkaanse als Nederlandse nationaliteit, vroegen echtscheiding aan. De rechtbank Rotterdam paste Nederlands recht toe, wat door het hof bevestigd werd. De vrouw stelde dat Marokkaans recht van toepassing was en dat de Nederlandse echtscheiding in Marokko niet erkend zou worden.
De Hoge Raad onderzoekt of het hof terecht Nederlands recht toepaste en of het hof had moeten nagaan of de echtscheiding naar Marokkaans recht erkend wordt. De Hoge Raad stelt dat de Wet conflictenrecht echtscheiding (WCE) de toepasselijkheid van Nederlands recht regelt aan de hand van de effectiviteitstoets en de gewone verblijfplaats, zonder dat erkenning door het andere land een rol speelt.
Verder wijst de Hoge Raad erop dat de erkenningsverdragen die de vrouw aanvoert geen conflictenrechtelijke bepalingen bevatten die de toepasselijkheid van het recht op echtscheiding beïnvloeden. Ook is de Nederlandse rechter bevoegd volgens de Brussel IIbis-verordening. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat Nederlands recht van toepassing is op de echtscheiding.