ECLI:NL:GHSGR:2009:BI5083
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Pannekoek-Dubois
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging echtscheiding en toepasselijkheid Nederlands recht ondanks dubbele nationaliteit
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin de echtscheiding tussen partijen werd uitgesproken, maar de financiële afwikkeling werd aangehouden. De vrouw betwistte in hoger beroep de toepasselijkheid van Nederlands recht en stelde dat Marokkaans recht van toepassing zou moeten zijn vanwege de dubbele nationaliteit en de banden met Marokko.
Het hof stelde vast dat partijen beiden de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit bezitten. De vrouw voerde aan dat de sterkste band met Marokko bestaat, onder meer omdat zij daar zijn gehuwd, zes jaar hebben gewoond en de oudste kinderen daar zijn geboren. De man stelde dat de sterkste band met Nederland is vanwege langdurig verblijf, werk, integratie van kinderen en woonplaats.
Het hof past de effectiviteitstoets toe op grond van de Wet conflictenrecht ontbinding huwelijk en scheiding (WCE) en concludeert dat de man het sterkst verbonden is met Nederland. Dit leidt ertoe dat Nederlands recht van toepassing is op de echtscheiding. Daarnaast oordeelt het hof dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, gelet op de feitelijke scheiding van ruim vier jaar en het stichten van een nieuw gezin door de man.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het beroep van de vrouw af. De echtscheiding blijft van kracht en de financiële afwikkeling blijft aangehouden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding en oordeelt dat Nederlands recht van toepassing is.