ECLI:NL:HR:2006:AV9446
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Toepassing nieuw Marokkaans familierecht bij echtscheiding van echtgenoten met Marokkaanse nationaliteit
De zaak betreft een geschil tussen een Marokkaanse man en vrouw, beiden met gewone verblijfplaats in Nederland, over de toepasselijkheid van Nederlands dan wel nieuw Marokkaans echtscheidingsrecht (Mudawwana) bij hun echtscheiding. De man verzocht de rechtbank Amsterdam om echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De vrouw verzette zich tegen toepassing van Nederlands recht.
De rechtbank wees de echtscheiding toe op Nederlands recht, waarbij het Marokkaanse recht wegens strijdigheid met de openbare orde buiten toepassing werd gelaten. Het hof vernietigde deze beschikking en sprak echtscheiding uit met toepassing van het nieuwe Marokkaanse familierecht, dat sinds 2004 in werking is. Het hof motiveerde dat het nieuwe recht een procedure kent waarbij echtscheiding mogelijk is bij duurzame ontwrichting, en dat de man voldoende pogingen had gedaan om tot verzoening te komen.
De vrouw stelde in cassatie onder meer dat het hof onterecht het nieuwe Marokkaanse recht had toegepast en dat het hof ambtshalve onderzoek had moeten doen naar erkenning van de Nederlandse uitspraak in Marokko. De Hoge Raad verwierp deze klachten en oordeelde dat het hof zijn motivering begrijpelijk had gegeven en dat de vrouw geen tijdig bezwaar had gemaakt tegen toepassing van het nieuwe recht. De Hoge Raad bevestigde dat de echtscheiding naar het nieuwe Marokkaanse recht toewijsbaar is en dat het hof niet verplicht was de vrouw nader in de gelegenheid te stellen haar stellingen aan te passen.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde toepassing van het nieuwe Marokkaanse familierecht voor echtscheiding.