ECLI:NL:PHR:2010:BM0140
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijke ouderlijke gezag en begeleide omgangsregeling na echtscheiding
Partijen zijn in 2003 in Turkije getrouwd en hebben een kind geboren in 2005. De rechtbank sprak in 2007 de echtscheiding uit en bepaalde dat het kind bij de moeder zou verblijven. De rechtbank verzocht een onderzoek naar gezagsvoorziening en omgangsregeling.
De kinderrechter handhaafde het gezamenlijk ouderlijk gezag en stelde een omgangsregeling vast waarbij de vader eens per twee weken onder begeleiding contact mocht hebben met het kind, met kostencompensatie. Het hof verduidelijkte deze regeling, waarbij de omgangsduur werd gepreciseerd en de begeleiding nader uitgewerkt, wat eerder een uitbreiding dan beperking van de omgangsregeling betekende.
In cassatie werd geklaagd dat het hof zonder grondslag de omgangsregeling zou hebben beperkt en dat het dictum onvoldoende concreet was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof binnen zijn ruime beoordelingsmarge bleef en dat minder precieze formuleringen in familierechtelijke beslissingen gebruikelijk en aanvaardbaar zijn, zeker gezien de omstandigheden en de jeugdige leeftijd van het kind.
De klacht dat de moeder elke medewerking aan bezoek weigert, werd niet ondersteund door het dossier. De Hoge Raad verwierp de cassatieklacht en bevestigde de beslissingen van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het gezamenlijk ouderlijk gezag en de begeleide omgangsregeling worden bevestigd.