ECLI:NL:PHR:2010:BL9018
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste toepassing maatstaf afwijzing getuigenverzoek bij observatie
De verdachte werd door het hof Arnhem veroordeeld voor overtredingen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en kreeg een geldboete opgelegd. Tijdens het hoger beroep verzocht de verdediging om het horen van vier verbalisanten die betrokken waren bij observaties. De verdediging stelde dat er sprake was van stelselmatige observatie zonder toestemming van de officier van justitie, wat een sanctie rechtvaardigt.
Het hof wees het verzoek tot het horen van drie van de vier getuigen af, en stond alleen het horen van één verbalisant toe. Het hof motiveerde de afwijzing met het oordeel dat de observatie niet stelselmatig was, omdat deze slechts op twee dagen plaatsvond en gericht was op bedrijfsmatige activiteiten vanaf de openbare weg. De verdediging voerde aan dat het hof onterecht vooruitliep op de mogelijke verklaringen van de getuigen en onvoldoende rekening hield met het belang van de locatie en duur van de observatie.
De Hoge Raad concludeert dat het hof niet duidelijk heeft gemaakt dat het juiste criterium, namelijk het verweer of de verdediging door het niet horen van getuigen wordt geschaad, is toegepast. Bovendien heeft het hof op voorbarige wijze het verweer verworpen zonder de mogelijke inhoud van de verklaringen van de overige getuigen af te wachten. Daarom wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.