ECLI:NL:HR:2010:BL9018
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek in strafzaak
In deze strafzaak heeft de verdediging verzocht om het horen van vier getuigen die betrokken waren bij observaties van verdachte. Het hof Arnhem wees het verzoek tot het horen van drie van deze getuigen af, met als motivering dat er geen sprake was van stelselmatige observatie zoals bedoeld in artikel 126g Sv, en dat de afwijzing gebaseerd was op de belangen van de verdediging zoals genoemd in artikel 288 Sv Pro.
De verdediging betoogde dat het hof deze maatstaf niet correct had toegepast en dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd, met name omdat de locatie en duur van de observaties niet duidelijk waren en mogelijk een schending van rechten van de verdachte inhielden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het verzoek slechts op de gronden van artikel 288 lid 1 Sv Pro had mogen afwijzen, maar uit de motivering van het hof niet duidelijk bleek dat deze maatstaf juist was toegepast.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het hoger beroep, waarbij het hof de juiste maatstaf moet hanteren en adequaat moet motiveren waarom het verzoek tot het horen van getuigen al dan niet wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.