ECLI:NL:PHR:2010:BL5645
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldige ademanalyse bij alcoholgebruik bestuurder ondanks vormverzuimverweer
Op 12 mei 2007 werd verdachte in Apeldoorn aangehouden wegens het besturen van een voertuig met een ademalcoholgehalte van 1060 microgram per liter, boven de wettelijke limiet. Het hof verklaarde dit bewezen op basis van het proces-verbaal en de ademanalyse uitgevoerd door een aangewezen en bevoegde verbalisant.
Verdediging voerde in cassatie aan dat er sprake was van een onherstelbaar vormverzuim omdat niet was vastgesteld dat de verbalisant voldeed aan het opleidingsvereiste van artikel 7 lid 2 van Pro het Besluit Alcoholonderzoeken. Het hof had dit verweer verworpen omdat verdachte geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd die twijfel aan de bevoegdheid van de verbalisant rechtvaardigden.
De Hoge Raad bevestigde dat de aanwijzing van de verbalisant tevens impliceert dat deze voldoet aan de kennis- en vaardigheidsvereisten. Het hof had voldoende gemotiveerd geoordeeld dat de aanwijzing terecht was en dat het resultaat van de ademanalyse betrouwbaar was. Het cassatiemiddel faalde en de veroordeling bleef in stand.
De zaak benadrukt het belang van de formele en materiële vereisten bij het bedienen van ademanalyseapparatuur en bevestigt dat een niet-onderbouwd verweer inzake opleidingsgebrek niet leidt tot bewijsuitsluiting of vrijspraak.
De Hoge Raad handhaafde de geldboete, de subsidiële hechtenis en de rijontzegging opgelegd door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor rijden onder invloed met een geldboete, subsidiële hechtenis en rijontzegging.