ECLI:NL:PHR:2010:BL4882
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid arts wegens onvoldoende informatie voorafgaand aan heupoperatie met onvermijdelijk beenlengteverschil
Deze zaak betreft een patiënt die na een heupoperatie een onvermijdelijk beenlengteverschil heeft opgelopen, waarvoor zij haar orthopedisch chirurg aansprakelijk stelt wegens onvoldoende informatie voorafgaand aan de operatie. De operatie was medisch gezien correct uitgevoerd, maar de patiënt was niet geïnformeerd over het zekere gevolg van het beenlengteverschil. De rechtbank wees de vordering af wegens onvoldoende bewijs van causaal verband, maar het hof oordeelde dat de arts tekort was geschoten in zijn informatieplicht en dat de patiënt aannemelijk had gemaakt dat zij de operatie niet zou hebben ondergaan indien zij volledig geïnformeerd was geweest.
Het hof stelde vast dat de arts aansprakelijk is voor de integriteitsschade en overige materiële en immateriële schade, en wees de vordering toe tot vergoeding nader op te maken bij staat. Het hof verwierp het verjaringsverweer omdat de verjaring tijdig was gestuit, ook door een brief gericht aan de verzekeraar van de arts. In cassatie werden diverse klachten tegen het hof verworpen, waaronder dat het hof het juiste criterium hanteerde voor het bewijs dat de patiënt de behandeling niet zou hebben gekozen bij juiste informatie. De Hoge Raad bevestigde dat de informatieplicht van de arts is gebaseerd op het fundamentele recht op zelfbeschikking en dat een tekortkoming daarin leidt tot aansprakelijkheid zonder dat geestelijk letsel hoeft te worden aangetoond.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof dat de patiënt recht heeft op schadevergoeding wegens schending van haar zelfbeschikkingsrecht en integriteit, en dat de omvang van de schade nader moet worden vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van de arts voor onvoldoende informatie voorafgaand aan de operatie.