ECLI:NL:PHR:2010:BL2945
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schatting schadevergoeding bij diefstal in jeugdzaak
In deze jeugdzaak werd verdachte veroordeeld wegens diefstal samen met een ander uit een woning in Amsterdam. De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €1.712,-, waarvan €962,- werd toegewezen door de rechtbank en het hof. De verdachte betwistte de hoogte van deze vordering, met name de waarde van een horloge met diamanten.
Het hof stelde de schade ex aequo et bono vast op €962,-, waarbij het de berekening van de rechtbank als richtlijn nam. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de exacte waarde van de schade niet nauwkeurig kon worden vastgesteld en dat schatting passend was. De betwisting van de verdachte over de waarde van het horloge werd onvoldoende gemotiveerd geacht om het oordeel van het hof te ondermijnen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de schadevergoedingsmaatregel met een bedrag van €962,-, vermeerderd met de kosten voor tenuitvoerlegging, en de bijbehorende jeugddetentie als dwangmiddel. De vordering tot immateriële schadevergoeding van €150,- werd eveneens toegewezen. De benadeelde partij werd voor het overige niet ontvankelijk verklaard in haar vordering en verwezen naar de civiele rechter voor verdere schadevorderingen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toewijzing van een schadevergoeding van €962,- en een immateriële schadevergoeding van €150,- aan de benadeelde partij, met oplegging van een schadevergoedingsmaatregel en jeugddetentie.