ECLI:NL:PHR:2010:BL1942
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betaling schadevergoeding wegens schending concurrentiebeding kwalificeert als negatief loon
Belanghebbende was werkzaam bij A BV en trad daarna in dienst bij een andere werkgever. Na overtreding van een concurrentiebeding uit zijn oude arbeidsovereenkomst betaalde hij een schadevergoeding aan de curator van zijn voormalige werkgever. De Inspecteur kwalificeerde deze betaling niet als negatief loon, maar als kosten ter verwerving van inkomsten uit de nieuwe dienstbetrekking, hetgeen werd bestreden.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de schadevergoeding wel als negatief loon moest worden aangemerkt, omdat de verplichting tot betaling haar oorzaak vindt in de oude dienstbetrekking en het concurrentiebeding daarin was opgenomen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het loonbegrip zowel positieve als negatieve voordelen omvat die voortvloeien uit de dienstbetrekking.
De Hoge Raad benadrukt dat het moment van ontstaan van de betalingsverplichting na beëindiging van de dienstbetrekking niet afdoet aan het causale verband met de oude arbeidsovereenkomst. Ook is niet relevant dat de omvang van de boete niet gerelateerd is aan eerder genoten loon. De betaling is geen aftrekbare kosten ter verwerving van inkomsten uit de nieuwe dienstbetrekking, omdat de nieuwe inkomsten niet het gevolg zijn van de betaling, maar andersom.
De conclusie is dat de schadevergoeding als negatief loon moet worden beschouwd. Het beroep van de Staatssecretaris in cassatie wordt ongegrond verklaard, evenals het incidentele beroep van belanghebbende. Er is geen aanleiding voor een integrale proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de schadevergoeding wegens schending van het concurrentiebeding als negatief loon uit de oude dienstbetrekking moet worden aangemerkt.