ECLI:NL:PHR:2010:BK9036
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing samenloopregeling bij gelijktijdige niet-gevoegde strafzaken
In deze zaak gaat het om twee afzonderlijke strafzaken tegen dezelfde verdachte, die door het hof Arnhem op dezelfde dag zijn behandeld maar niet zijn gevoegd. De verdachte werd in beide zaken veroordeeld voor overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, waarbij gevangenisstraffen en ontzeggingen van de rijbevoegdheid werden opgelegd.
De kern van het geschil betreft de toepassing van de samenloopregeling, met name artikel 57, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof heeft in de cumulatie van de opgelegde straffen het wettelijk maximum overschreden door in totaal zes maanden gevangenisstraf op te leggen terwijl de maximale straf per feit drie maanden bedroeg.
De Hoge Raad bevestigt dat artikel 63 Sr Pro ook van toepassing is bij gelijktijdige, niet-gevoegde zaken die op dezelfde dag door dezelfde rechter worden behandeld. Hierdoor moet de cumulatie van straffen binnen de wettelijke grenzen blijven, ongeacht of de zaken zijn gevoegd. De Hoge Raad vernietigt daarom de strafoplegging in de zaak met parketnummer 21-001032-08 en wijst erop dat het hof de misslag kan herstellen door de straf binnen het maximum te brengen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging in één zaak wegens overschrijding van het maximum cumulatieve strafbedrag en wijst het cassatieberoep in de andere zaak af.