ECLI:NL:PHR:2010:BK9035
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat trekken aan arm bij diefstal geweld in zin van art. 312 Sr is
In deze zaak werd verdachte veroordeeld voor diefstal gevolgd door geweld tegen een medewerkster van een winkel, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken. De verdachte had dertien pakjes zalm gestolen en trok aan de arm van de medewerkster om de uitgang te kunnen passeren.
De Hoge Raad bevestigt dat het begrip geweld in art. 312 Sr Pro aansluit bij het gewone spraakgebruik en niet vereist dat er sprake is van ernstig lichamelijk letsel. Het trekken aan de arm van de medewerkster, ook al leidde dit slechts tot een blauwe plek, kwalificeert als geweld omdat het werd toegepast met het oogmerk de vlucht te bevorderen.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van de beveiliger, de medewerkster, en de verdachte zelf, alsmede proces-verbalen en aangifteformulieren. De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof dat het trekken aan de arm geweld oplevert, geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en dat het middel van cassatie faalt.
De strafrechtelijke kwalificatie van het handelen van verdachte als diefstal gevolgd door geweld blijft daarmee in stand, en de opgelegde gevangenisstraf van acht weken plus een voorwaardelijke straf wordt bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het trekken aan de arm bij diefstal geweld is in de zin van art. 312 Sr en wijst het cassatieberoep af.