ECLI:NL:PHR:2010:BK8831
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping noodweerexces bij poging doodslag na steekincident
De zaak betreft een poging tot doodslag waarbij de verdachte meerdere keren met een vuurwapen op het slachtoffer heeft geschoten na een steekincident. De verdachte verklaarde dat hij in zijn hals was gesneden en uit boosheid meerdere schoten heeft gelost richting het slachtoffer, dat zich daarna verwijderde.
Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte gericht op het slachtoffer heeft geschoten en dat het eerste schot gerechtvaardigd was als noodzakelijke verdediging. De daaropvolgende schoten werden echter als overschrijding van die noodzakelijke verdediging beoordeeld. Het hof verwierp het beroep op noodweerexces omdat niet aannemelijk was dat de hevige gemoedsbeweging door de aanranding de grenzen van noodzakelijke verdediging overschreed.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht een proces-verbaal met deskundigenverklaringen als bewijs gebruikte, ook al bevatte dit rapport conclusies en aannames. De deskundigen waren ter terechtzitting gehoord en beëdigd. Daarnaast bevestigde de Hoge Raad het feitelijke oordeel van het hof over het ontbreken van het vereiste causaal verband voor noodweerexces.
De Hoge Raad stelde vast dat de redelijke termijn voor de procedure was overschreden, wat tot strafvermindering leidt, maar vond geen aanleiding voor vernietiging van het bewijs of vrijspraak. De strafoplegging werd vernietigd en terugverwezen voor strafvermindering, het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep op noodweerexces wordt verworpen en de strafoplegging wordt terugverwezen voor strafvermindering wegens termijnoverschrijding.