ECLI:NL:PHR:2010:BK5516
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen valsheid in geschrift bij koopakte onroerend goed Duitsland
De zaak betreft de vermeende valsheid in geschrift van een koopakte bedrijfs onroerend goed tussen [H] GmbH en [G] B.V. betreffende een perceel in Duitsland. Verdachte zou samen met een ander valselijk een koopakte hebben opgemaakt en gedateerd op 1 december 1999, terwijl feitelijk geen koopovereenkomst tot stand was gekomen op die datum. Het hof stelde vast dat de koopakte digitaal was opgemaakt op 11 april 2001 en dat het Duitse koopcontract slechts een aanbod was dat niet binnen dertig dagen was aanvaard.
Het hof achtte bewezen dat verdachte medepleegde aan het opmaken van de valselijke akte met het oogmerk deze als echt te gebruiken. Diverse bewijsmiddelen, waaronder digitale bestanden, faxberichten en verklaringen, ondersteunden dit oordeel. De verdediging voerde onder meer aan dat de datum op de akte mogelijk door anderen was vervalst zonder medeweten van verdachte, maar dit werd door het hof verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.
Daarnaast werd een geschil over de procedurele vraag behandeld of een opgave van getuigen bij appelschriftuur ook per fax kan worden gedaan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste maatstaf had gehanteerd bij de afwijzing van getuigenverzoeken. Verder werd het verweer dat het recht op een behandeling binnen redelijke termijn was geschonden verworpen door het hof en bevestigd door de Hoge Raad.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, mede vanwege de onjuiste maatstaf bij de afwijzing van getuigenverzoeken en de noodzaak tot een zorgvuldige herbeoordeling van het bewijs en de verweren.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.