ECLI:NL:PHR:2010:BK3119
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid ondernemersregeling motorrijtuigenbelasting en verwijst zaak terug wegens mogelijke buitensporige last
Belanghebbende, een particulier houder van een bestelauto, werd geconfronteerd met een tariefsverhoging van de motorrijtuigenbelasting (mrb) per 1 juli 2005, toen het verlaagde tarief werd beperkt tot ondernemers die de bestelauto meer dan bijkomstig zakelijk gebruiken. Hij voerde aan dat deze wijziging in strijd was met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel en het eigendomsrecht.
De Rechtbank en het Hof oordeelden dat de ongelijke behandeling gerechtvaardigd was binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever en dat er geen sprake was van een inbreuk op het ongestoorde genot van eigendom. Het Hof wees het beroep af.
In cassatie stelde belanghebbende dat de regeling verboden discriminatie inhoudt en dat de tariefverhoging samen met een waardedaling van de bestelauto een buitensporige last vormt. De Hoge Raad bevestigt dat ondernemers en particulieren met een bestelauto als gelijke gevallen moeten worden beschouwd, maar dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het maken van onderscheid. De Hoge Raad acht de regeling niet onredelijk, maar verwijst de zaak terug voor nader feitelijk onderzoek naar de door belanghebbende gestelde waardevermindering van de bestelauto en de mogelijke buitensporige last.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid ondernemersregeling maar verwijst zaak terug voor nader onderzoek naar waardevermindering en buitensporige last.