ECLI:NL:PHR:2010:BK0910
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wegens te late indiening appelschriftuur
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep omdat de appelschriftuur vier maanden te laat was ingediend, terwijl de wettelijke termijn veertien dagen bedraagt.
De advocaat-generaal voerde aan dat de te late indiening niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden, omdat de verdediging niet in haar belangen was geschaad. Het hof oordeelde echter dat het verzuim onvoldoende was gerechtvaardigd en dat het belang van sanctionering van het verzuim zwaarder woog dan het belang van het beroep.
De Hoge Raad bevestigt dat artikel 416 lid 3 Wetboek Pro van Strafvordering ook van toepassing is op te late indiening van de appelschriftuur en dat niet-ontvankelijkheid ook na inhoudelijke behandeling kan worden uitgesproken. Wel stelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het belang van sanctionering zwaarder weegt dan het belang van de strafzaak, en vernietigt het arrest.
De Hoge Raad benadrukt dat het hof bij de beoordeling moet meewegen of de te late indiening de juiste voorbereiding van de behandeling heeft belemmerd en dat bij hinder voor de verdediging uitstel van behandeling passend kan zijn. In deze zaak was het hof niet gebleken dat de te late indiening de voorbereiding had belemmerd.
De uitspraak verduidelijkt de toepassing van de regels omtrent de indiening van appelschrifturen en de beoordeling van niet-ontvankelijkheid in hoger beroep door het openbaar ministerie.
Uitkomst: Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van de appelschriftuur, maar de Hoge Raad vernietigde dit wegens onvoldoende motivering.