ECLI:NL:PHR:2009:BK5605
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het aanbieden van plaatsbewijzen buiten toegestane ruimte aan de Arena Boulevard
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens overtreding van artikel 2.17 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 1994 van Amsterdam, omdat hij op of aan de weg bij de Arena Boulevard plaatsbewijzen voor evenementen te koop aanbood zonder vergunning. De tenlastelegging betrof het aanbieden van tickets voor de voetbalwedstrijd Ajax-Arsenal en het concert van Guus Meeuwis.
Het hof baseerde de bewezenverklaring op proces-verbalen van opsporingsambtenaren en een bekentenis van verdachte dat hij kaartjes aan Engelse vrienden had verkocht. De Hoge Raad stelt dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd is, omdat niet duidelijk is gemaakt dat het aanbieden daadwerkelijk 'op of aan de weg' plaatsvond, terwijl dit essentieel is voor de kwalificatie onder artikel 2.17 APV.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de definities van 'weg' en 'aan de weg' in de APV en concludeert dat het begrip 'aan de weg' ook plaatsen buiten de weg kan omvatten, mits er een duidelijke relatie is met de openbare ruimte. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de woorden 'in de omgeving van de Arena Boulevard' terecht heeft uitgelegd als 'aan de Arena Boulevard'.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het verbod in artikel 2.17 APV ook van toepassing is op het aanbieden van tickets voor voetbalwedstrijden, ondanks dat deze zijn uitgezonderd van het begrip 'evenement' in artikel 2.11 APV. Wel wordt geoordeeld dat de bestreden uitspraak niet voldoet aan de vereisten van artikel 359, derde lid, Sv, omdat de motivering van de bewezenverklaring ontbreekt.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing die wel voldoet aan de motiveringsvereisten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en onduidelijkheid over de locatie van het aanbieden van plaatsbewijzen.