ECLI:NL:PHR:2009:BK3336
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie crofty-bom als verboden wapen ondanks afwezigheid opzet op treffen personen of zaken
De zaak betreft de cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (WWM) door het vervaardigen en voorhanden hebben van zogenaamde crofty-bommen.
De crofty-bom is een zelfgemaakte explosieve fles die ontstaat door een chemische reactie tussen natriumhydroxide en aluminium, waarbij waterstofgas vrijkomt en druk wordt opgebouwd tot de fles ontploft. Dit kan leiden tot het treffen van personen of goederen door de explosie en het rondspatten van bijtende stoffen.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet de bedoeling had personen of zaken te treffen, maar alleen de flessen te laten ploffen. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat de kwalificatie van het voorwerp als verboden wapen afhangt van de aard van het voorwerp en niet van de intentie van de maker.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de uitdrukking "bestemd voor het treffen van personen of zaken" in de WWM moet worden opgevat als een objectieve maatstaf, waarbij het gaat om de aard van het voorwerp en de gevaren die het met zich meebrengt. De individuele bedoeling van verdachte doet daaraan niet af.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep moet worden verworpen en het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: De veroordeling van verdachte voor medeplegen van handelen in strijd met de Wet wapens en munitie wordt bevestigd.