ECLI:NL:PHR:2009:BK3078
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van kantoorbetekening bij grensoverschrijdende dagvaarding en de reikwijdte van de Europese betekingsverordening
In deze zaak staat centraal of bij een dagvaarding aan een partij met woonplaats in een andere lidstaat van de Europese Unie een kantoorbetekening aan de advocaat in Nederland volstaat voor verstekverlening, of dat de Europese betekingsverordening 1393/2007 (BetVo II) van toepassing is.
De zaak betreft een cassatieprocedure waarin de verweerster, gevestigd in Duitsland, niet is verschenen na betekening aan haar advocaat in Rotterdam. De vraag is of deze kantoorbetekening voldoet om verstek te verlenen, gelet op de bepalingen van de Betekeningsverordening en de Nederlandse Uitvoeringswet.
De conclusie bespreekt de ontwikkeling van de jurisprudentie en wetgeving, waarbij onder de eerdere BetVo I kantoorbetekening niet volstond zonder vervolgbetekening volgens de verordening. De nieuwe BetVo II bevat een overweging die kantoorbetekening mogelijk buiten het toepassingsgebied zou kunnen brengen, maar de tekst en strekking van de verordening roepen twijfels op.
De conclusie wijst op de praktische overwegingen en de bescherming van de verweerder die de verordening beoogt, en dat kantoorbetekening mogelijk niet altijd waarborgt dat de dagvaarding tijdig en daadwerkelijk wordt ontvangen. Daarom wordt voorgesteld het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om uitleg te vragen en het geding te schorsen tot die uitspraak is gedaan.
Uitkomst: Het geding wordt geschorst en het Hof van Justitie wordt om prejudiciële uitleg gevraagd over de toepassing van kantoorbetekening en de Europese betekingsverordening.