ECLI:NL:HR:2003:AF1568
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing EG-betekeningsverordening bij verstekverlening in cassatie
In deze zaak stelde eiseres cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch en dagvaardde zij de verweerders in cassatie. Verweerder 2 verscheen niet, waarna verstek tegen hem werd verleend. Verweerster 1, woonachtig in België, verscheen eveneens niet, maar de betekening van de cassatiedagvaarding aan haar voldeed niet aan de vereisten van de EG-betekeningsverordening.
De Hoge Raad benadrukte dat onder de EG-betekeningsverordening de betekening in de lidstaat van de verweerder moet plaatsvinden en dat de Nederlandse regeling (art. 56 lid 3 Rv Pro) vereist dat verzending aan een ontvangende instantie in die lidstaat moet volgen om de betekening rechtsgeldig te maken. Een betekening alleen aan het kantoor van de advocaat in Nederland voldoet niet.
Daarom kan tegen verweerster 1 geen verstek worden verleend zolang niet is voldaan aan de verordening. De Hoge Raad gaf eiseres de gelegenheid om alsnog de dagvaarding conform de verordening te betekenen, zodat verweerster 1 zich kan verweren. Tevens bepaalde de Hoge Raad dat herstel van dit verzuim ook mogelijk is voor soortgelijke gevallen van vóór 1 april 2003.
Dit arrest verduidelijkt de toepassing van de EG-betekeningsverordening in het Nederlandse procesrecht en stelt strikte eisen aan betekening in het buitenland, met het oog op de bescherming van de belangen van de verweerder en de rechtszekerheid.
Uitkomst: Verstek wordt verleend tegen verweerder 2; tegen verweerster 1 wordt geen verstek verleend en eiseres krijgt gelegenheid tot correcte betekening conform de EG-betekeningsverordening.