ECLI:NL:PHR:2009:BK2964
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aanwijzing gerecht voor vervolging rechterlijk ambtenaar wegens meineed en valsheid in geschrifte
Bij de Hoge Raad is een verzoek ingediend door de Hoofdofficier van Justitie te 's-Gravenhage om op grond van artikel 510 van Pro het Wetboek van Strafvordering een ander gerecht aan te wijzen voor de vervolging en berechting van een voormalige rechterlijk ambtenaar, die tot 1 oktober 2009 vice-president van de rechtbank was.
De aangifte tegen betrokkene betreft twee misdrijven, namelijk meineed (artikel 207 Sr Pro) en valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr Pro), die direct verband houden met zijn functioneren als rechter. De Hoge Raad overweegt dat artikel 510 Sv Pro ook van toepassing is indien de verdachte rechterlijk ambtenaar reeds ontslag heeft gekregen voordat een gerecht is aangewezen voor vervolging.
Op basis van deze overwegingen wijst de Hoge Raad de Rechtbank te Utrecht aan als het gerecht voor de eventuele vervolging en berechting van de zaak. Hiermee wordt voldaan aan de procedurele vereisten voor vervolging van rechterlijk ambtenaren onder artikel 510 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de Rechtbank Utrecht aan voor de vervolging en berechting van de voormalige rechterlijk ambtenaar.