ECLI:NL:PHR:2009:BK2964

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04378
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 510 SvArt. 207 SrArt. 225 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing gerecht voor vervolging rechterlijk ambtenaar wegens meineed en valsheid in geschrifte

Bij de Hoge Raad is een verzoek ingediend door de Hoofdofficier van Justitie te 's-Gravenhage om op grond van artikel 510 van Pro het Wetboek van Strafvordering een ander gerecht aan te wijzen voor de vervolging en berechting van een voormalige rechterlijk ambtenaar, die tot 1 oktober 2009 vice-president van de rechtbank was.

De aangifte tegen betrokkene betreft twee misdrijven, namelijk meineed (artikel 207 Sr Pro) en valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr Pro), die direct verband houden met zijn functioneren als rechter. De Hoge Raad overweegt dat artikel 510 Sv Pro ook van toepassing is indien de verdachte rechterlijk ambtenaar reeds ontslag heeft gekregen voordat een gerecht is aangewezen voor vervolging.

Op basis van deze overwegingen wijst de Hoge Raad de Rechtbank te Utrecht aan als het gerecht voor de eventuele vervolging en berechting van de zaak. Hiermee wordt voldaan aan de procedurele vereisten voor vervolging van rechterlijk ambtenaren onder artikel 510 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de Rechtbank Utrecht aan voor de vervolging en berechting van de voormalige rechterlijk ambtenaar.

Conclusie

Nr. 09/04378
Mr. Fokkens
Parket, 3 november 2009
Conclusie inzake:
[Betrokkene]
1. Bij de Hoge Raad is binnengekomen een verzoekschrift van de Hoofdofficier van Justitie te 's-Gravenhage om op de voet van art. 510 Sv Pro een ander gerecht aan te wijzen voor de (eventuele) vervolging en berechting van [betrokkene], tot 1 oktober 2009 vice-president van de Rechtbank te [plaats].
2. Uit het verzoekschrift blijkt dat [A] op 19 oktober 2009 aangifte heeft gedaan jegens [betrokkene]. De aangifte betreft een tweetal misdrijven, meineed (art. 207 Sr Pro) en valsheid in geschrifte (art. 225 Sr Pro) en houdt rechtstreeks verband met het functioneren van [betrokkene] als rechter c.q. vice-president.
3. Art. 510 Sv Pro moet zo worden uitgelegd dat het mede toepassing vindt in het geval dat aan de van een strafbaar feit verdachte rechterlijk ambtenaar ontslag is verleend uit zijn functie vóórdat de Hoge Raad op de voet van art. 510 Sv Pro een gerecht heeft aangewezen (HR 13 november 2001, NJ 2003, 569).
4. Ik concludeer dat de Hoge Raad de Rechtbank te Utrecht zal aanwijzen als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie bij die Rechtbank zulks nodig oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden